22 mei 2012 2 files 2 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2010 » Voor werknemersvrijstelling BPM moet vennootschap in het buitenland gevestigd zijn
Bookmark and Share

Voor werknemersvrijstelling BPM moet vennootschap in het buitenland gevestigd zijn

De BPM kent voor werknemers die werken voor een buitenlands bedrijf en voor eigenaren van zulke bedrijven de mogelijkheid om vrijstelling van BPM te krijgen voor auto’s met een buitenlands kenteken.

Voor werknemers geldt de eis dat een in het buitenland gevestigde werkgever een auto met buitenlands kenteken ter beschikking stelt, die in Nederland uitsluitend gebruikt wordt door de werknemer en inwonende gezinsleden en die voor meer dan 50% bestemd is voor de werkzaamheden in het buitenland. Ook voor eigenaren van buitenlandse bedrijven gelden soortgelijke eisen, zij het dat zij met een sluitende kilometeradministratie moeten kunnen aantonen dat de auto minimaal 50% zakelijk buiten Nederland wordt gebruikt.

In beide gevallen moet de onderneming gevestigd zijn in het buitenland. Is dat niet het geval, dan is in principe de Nederlandse BPM van toepassing. Een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem laat dat ook nog eens zien. Het ging daarbij om een Nederlandse berijder van een Maserati 4200 Spyder, waarvoor naar aanleiding van een controle op 30 september 2006 een naheffingsaanslag BPM werd opgelegd. De Maserati was in 2006 gekocht door zijn B.V. en had nog Duitse export-kentekenplaten. Op 27 september 2006 had deze directeur zijn aandelen in zijn B.V. echter voor één euro verkocht aan een inwoner van Duitsland, en op 28 september was ook bij de Kamer van Koophandel het vestigingsadres gewijzigd in Duitsland. Hij stelde dan ook onder andere dat hij gebruik zou kunnen maken van de BPM-werknemersvrijstelling voor auto’s van buitenlandse bedrijven. In de procedure kwam echter vast te staan dat de koper zich in elk geval op de controledatum 30 september 2006 inhoudelijk niet bezighield met het bestuur van de onderneming en dat verder uit niets bleek van activiteiten vanuit het nieuwe Duitse adres van de B.V. De onderneming bleef daarom volgens de rechter in Nederland gevestigd, zodat de aanslag BPM terecht was opgelegd.