22 mei 2012 2 files 3 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2008 » Ruil van bruto loon voor parkeervergoeding
Bookmark and Share

Ruil van bruto loon voor parkeervergoeding

Na berichten in de dagbladen Telegraaf en NRC Handelsblad over de “truc” van de Gemeente Hardenberg waarbij een fiscaal voordeel ontstaat, is het van belang te bezien wat de exacte mogelijkheden hiervoor zijn.

Wat was er in Hardenberg aan de hand? De Gemeente Hardenberg heeft in april betaald parkeren in het centrum ingevoerd. Daardoor zouden ook voor de gemeentelijke ambtenaren de kosten van hun woon-werkverkeer omhoog gaan. Het verstrekken van een gratis parkeervergunning bleek politiek niet haalbaar. Om de betreffende medewerkers toch tegemoet te komen, is een fiscale oplossing bedacht. Deze oplossing kan ook in andere situaties toegepast worden en is eveneens bruikbaar voor het bedrijfsleven.

De Wet op de loonbelasting kent een verschillende behandeling van de diverse vormen van het bieden van parkeergelegenheid:
- Vergoeding of verstrekking van parkeergelegenheid bij de eigen woning van de werknemer: dit is altijd belast;
- Verstrekking (jargon voor “ter beschikking stellen”) van parkeergelegenheid (c.q. een parkeervergunning of parkeerkaart) bij de plaats van de werkzaamheden: onbelast;
- Vergoeding van parkeergelegenheid bij de plaats van de werkzaamheden: bij gebruik van de privé-auto belast als dit samen met de kilometervergoeding uitkomt boven 19 eurocent per kilometer, daaronder onbelast. Voor berijders van een auto van de zaak: onbelast.

Bij de Gemeente Hardenberg ging het om de laatste categorie: het vergoeden van parkeergelegenheid bij de plaats van de werkzaamheden. Om de kosten van de parkeervergunning belastingvrij te kunnen vergoeden zónder dat het de Gemeente geld zou kosten, is bedacht dat tegenover de vergoeding van de parkeerkosten een verlaging van het bruto-loon zou komen te staan. Dit levert de betreffende werknemers een vermindering van de loonbelasting op. Het gat is vervolgens gedicht door meer woon-werkkilometers te vergoeden. De maximale onbelaste vergoeding van 19 eurocent per kilometer geldt namelijk ook voor het woon-werkverkeer.

Per saldo heeft men dus bruto loon uitgeruild voor netto loon. De parkeervergunning kost rond de 500 euro per jaar. Als het bruto loon wordt verlaagd met 1000 euro per jaar levert dat bij het toptarief van de loonbelasting rond de 500 euro besparing aan loonbelasting op. Netto kost het inleveren van 1000 euro brutoloon dus 500 euro. Samen met de kosten van de parkeervergunning is dat weer 1000 euro.
Daartegenover staat dat er voor 1000 euro meer aan woon-werkkilometers vergoed wordt tegen 19 cent per kilometer. De werknemer is per saldo dus weer op hetzelfde netto niveau gekomen, is een parkeervergunning rijker en de werkgever heeft het niets gekost.

Dit zogenaamde “cafetaria-systeem” is velen wel bekend van de vroegere mogelijkheid van een PC-privéregeling en de huidige “fiets van de zaak”-regelingen. Zoals hierboven uitgewerkt kan het ook voor parkeerkosten gebruikt worden.

Belangrijke beperkende voorwaarde hierbij is wel dat de werknemer voldoende woon-werkkilometers moet hebben die vóór de invoering van zo’n uitruilregeling nog niet allemaal tegen 19 eurocent per kilometer vergoed worden. Komt de totale vergoeding van het woon-werkverkeer inclusief parkeerkosten uit boven de 19 eurocent per kilometer, dan is het meerdere belast. Daarnaast spreekt het voor zich dat het cafetaria-systeem een zorgvuldigde schriftelijke vastlegging én een zorgvuldige uitwerking vereist.

Bron: AUTOmotive DIDACT B.V.