22 mei 2012 2 files 3 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2010 » Proefprocedures over afschaffing laag mrb-tarief particuliere bestelauto ten einde
Bookmark and Share

Proefprocedures over afschaffing laag mrb-tarief particuliere bestelauto ten einde

De Hoge Raad, de hoogste belastingrechter in ons land, heeft uitspraak gedaan in een vijftal proefprocedures over de afschaffing van het lage mrb-tarief voor de particuliere bestelauto per 1 juli 2005.

De Stichting Belangen Grijskentekeneigenaren heeft deze proefprocedures aangespannen omdat particulieren met een bestelauto vanaf 1 juli 2005 niet langer in aanmerking komen voor het lage tarief motorrijtuigenbelasting. Vanaf 1 juli 2005 is het lage tarief motorrijtuigenbelasting alleen nog van toepassing voor ondernemers en gehandicapten. Volgens de Stichting Belangen Grijskentekeneigenaren is dit in strijd met het gelijkheidsbeginsel en is het in internationale verdragen beschermde eigendomsrecht geschonden omdat er sprake is van een buitensporige last. De bestelauto’s krijgen namelijk niet alleen te maken met een hogere mrb-heffing, maar daardoor zijn ze ook in waarde gedaald, zo was de stelling.

Bij een beroep op het gelijkheidsbeginsel moet sprake zijn van gelijke gevallen die ongelijk behandeld worden en waarbij voor die ongelijke behandeling een redelijke rechtvaardigheidsgrond ontbreekt.

Volgens de rechter was er bij deze nieuwe wetgeving echter sprake van een redelijke en objectieve rechtvaardigheidsgrond van deze ongelijke behandeling: Het fiscaal gunstiger behandelen van ondernemers dan particulieren levert geen strijd met het gelijkheidsbeginsel op, omdat het de overheid vrij straat om ondernemerschap fiscaal te stimuleren. Dat er dan een zekere ruwheid kan optreden in bepaalde gelijke gevallen doet daar niets aan af.

Lagere rechters oordeelden al eerder dat particulieren met een bestelauto tot 1 juli 2005 voordeel hebben gehad van de regeling van het grijs kenteken, waarbij zij zonder een door de wetgever bedoelde reden gunstiger werden behandeld dan particulieren met een personenauto. Dit voordeel heeft de wetgever van hen afgenomen. Daarmee is echter geen sprake van een onevenredig nadeel, maar slechts van het wegvallen van een onbedoeld voordeel.
De Hoge Raad voegt daar nog aan toe dat ook als er vanuit zou worden gegaan dat een bestelauto als gevolg van een forse verhoging van de motorrijtuigenbelasting in waarde is verminderd, dit dan in zijn algemeenheid niet met zich meebrengt dat sprake is van een met de verdragen strijdige buitensporige last.