28 augustus 2014 0 files 0 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2012 » Nieuwe uitspraken over bezwaar tegen bijtelling
Bookmark and Share

Nieuwe uitspraken over bezwaar tegen bijtelling

Twee recente uitspraken leveren mogelijk aanknopingspunten op voor onderhanden zijnde of nieuwe bezwaren tegen naheffing of navordering wegens de bijtelling voor privégebruik van een auto.

Allereerst een uitspraak van Gerechtshof Arnhem van 24 april 2012. In die zaak was een naheffingsaanslag vastgesteld door de inspecteur van de “Belastingdienst/Oost/Coördinatiepunt privégebruik auto”. Op de vraag van het Hof op grond waarvan hij bevoegd is tot het opleggen van de naheffingsaanslag, heeft de Inspecteur geantwoord dat dit samenhangt met  de landelijke taakverdeling binnen de Belastingdienst.
Het Gerechtshof deelt die mening niet en stelt de berijder in het gelijk: “Gelet op de woonplaats van belanghebbende, Z, vloeit uit de wettelijke bepalingen en de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 voort dat belanghebbende voor wat betreft de heffing van (onder meer) loonbelasting/premie volksverzekeringen ressorteert onder de inspecteur van de Belastingdienst/P. Dat brengt mee dat deze inspecteur en geen andere bevoegd is aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen op te leggen, tenzij die bevoegdheid op grond van enige bepaling aan een andere inspecteur zou toekomen”.
Over zo’n andere bepaling heeft de inspecteur volgens de rechter echter onvoldoende aangevoerd. Niet uitgesloten is dat bij betere onderbouwing een andere uitkomst mogelijk is, of dat in nieuwe situaties via mandatering de bevoegdheid wel bij het Coördinatiepunt terecht kan komen. Desondanks is het voorlopig de moeite waard om deze stelling in een eventueel bezwaarschrift mee te nemen.

Een andere recente uitspraak bewijst nog maar eens dat de rechter vaak ruimer dan de inspecteur denkt over de reikwijdte van de bijtellingsuitzondering voor bestelauto’s die vrijwel geheel geschikt zijn en bestemd zijn voor goederenvervoer. Een Ford Transit van een meewerkend voorman/loodgieter die was voorzien van een bijrijdersstoel, viel tóch onder deze uitzondering. De auto had in de laadruimte een verhoogde vloer met opbergruimte, was voorzien van een vaste materiaalkast tegen één van de wanden en was voorzien van een imperiaal (Rechtbank Arnhem 22 mei 2012). Bij bestelauto’s is altijd zinvol om te bezien of deze uitzondering van toepassing kan zijn.