17 mei 2012 0 files 5 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2010 » Naheffing MRB leidt niet altijd tot boete
Bookmark and Share

Naheffing MRB leidt niet altijd tot boete

Hoewel bij een naheffingsaanslag MRB vrijwel altijd ook een boete wordt opgelegd, is dat niet altijd terecht. Een nieuwe uitspraak over een naheffing op een verkochte auto maakt duidelijk dat er sprake kan zijn van “afwezigheid van alle schuld”.

Het ging in deze zaak om een auto die voor de motorrijtuigenbelasting (MRB) was geschorst. Zo’n schorsing is mogelijk als de auto gedurende langere tijd niet op de openbare weg komt. Constateert de belastingdienst echter dat er met de auto tijdens de schorsing wel gebruik gemaakt wordt van de openbare weg, dan volgt een naheffing. Dat gebeurde ook in deze zaak. Het was echter niet de eigenaar van de auto zelf die gebruik maakte van de weg, maar een koper van de auto, die de auto voor 150 euro had gekocht om de onderdelen te gebruiken voor reparatie van zijn eigen auto.

De eigenaar had de auto op 11 januari 2008 telefonisch verkocht. Hij had de koper niet verteld dat de auto geschorst was, maar had de koper wel gevraagd nog even te wachten met het ophalen van de auto van de afgesloten parkeerplaats waar de auto stond. De verkoper verbleef zelf in het buitenland. Op 22 januari 2008 heeft een vriend van de verkoper gezorgd voor overdracht van de sleutels en de autopapieren. Op die dag vond ook de overschrijving van het kenteken plaats. Op 20 januari 2008 had de belastingdienst echter gebruik van de openbare weg geconstateerd.

De rechter oordeelt dat de naheffing van € 1.034 terecht is. De verkoper was op 20 januari 2008 nog de eigenaar en was als kentekenhouder verantwoordelijk voor de MRB. Dat tegen zijn wil gebruik is gemaakt van de openbare weg, maakt daarbij geen verschil voor de naheffing.
Voor de boete van eveneens € 1.034 maakt dat echter wel verschil. De boeteoplegging is namelijk een strafvervolging in de zin van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zodat extra waarborgen gelden. Dat brengt volgens de rechter met zich mee dat geen boete opgelegd kan worden aan iemand aan wie geen enkel verwijt kan worden gemaakt.