17 mei 2012 0 files 5 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2010 » Lunchritten blijken ook in hoger beroep zakelijk voor de bijtelling
Bookmark and Share

Lunchritten blijken ook in hoger beroep zakelijk voor de bijtelling

Rechtbank Arnhem heeft in juli 2009 een verrassende uitspraak gedaan over de bijtelling. In tegenstelling tot het beleid van de belastingdienst oordeelt de rechter dat extra woon-werkritten geen privé-gebruik zijn. De belastingdienst had hoger beroep aangetekend, maar Gerechtshof Arnhem heeft de uitspraak van de rechtbank nu bevestigd. Het gerechtshof heeft zijn uitspraak nog niet voor publicatie vrijgegeven, maar in de kern komt deze zaak op het volgende neer:

De belastingdienst was tot nu toe van mening dat het gebruik van de auto van de zaak slechts voor één keer woon-werkverkeer per dag (vice-versa) als zakelijk gebruik kan worden aangemerkt. De extra woon-werkritten, bijvoorbeeld om thuis te gaan lunchen, zouden zijn ingegeven door privé-overwegingen en daarom dus als privé-ritten moeten worden gekwalificeerd.
Dat heeft uiteraard grote consequenties voor de werknemers die hun auto van de zaak naast de (extra) woon-werkritten niet privé gebruiken: de grens van 500 kilometer privé per jaar is dan immers al snel overschreden.
Een berijder van een Audi A8 ter waarde van € 120.154 was het niet met deze stelling eens en heeft nu ook in hoger beroep het gelijk aan zijn zijde gekregen. De rechtbank wees reeds eerder met name op een passage uit de parlementaire stukken, waar expliciet in verwoord staat dat het recht om de auto van de zaak te gebruiken voor woon-werkverkeer gelijk wordt gesteld met vervoer vanwege de werkgever en dat niet van belang is hoeveel of hoe weinig keren van dit vervoer gebruik wordt gemaakt noch over welke afstand het vervoer vanwege de werkgever plaatsvindt.