17 mei 2012 0 files 5 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2010 » Kamervragen over omzetting BPM in MRB
Bookmark and Share

Kamervragen over omzetting BPM in MRB

Mede in verband met de discussie over de kilometerprijs (waarvan de Tweede Kamerbehandeling in verband met de val van het Kabinet Balkenende-IV waarschijnlijk wordt uitgesteld), hebben Tweede Kamerleden vragen gesteld over de afbouw van de BPM in relatie tot de verhoging van de MRB.

De vraag die gesteld werd, was of de staatssecretaris de mening deelde dat deze omzetting onrechtvaardig is voor autobezitters die de afgelopen paar jaar een nieuwe auto hebben gekocht en of de staatssecretaris bereid is om aanpassingsvoorstellen te doen.

Volgens de staatssecretaris zijn de voorziene verhogingen van de MRB een gevolg van de stapsgewijze verlaging van de BPM, een stapsgewijze verlaging die noodzakelijk is om schokeffecten op de automarkt te voorkomen. Destijds is volgens hem zeer zorgvuldig gekeken naar de wijze waarop de overgang van tijdstipbelasting (BPM) naar kilometerbeprijzing te vergemakkelijken is en de effecten tot een minimum te beperken zijn. Deze afweging heeft in nauw overleg met de maatschappelijke organisaties plaatsgevonden. De uiteindelijk gekozen oplossingsrichting is om (een deel van) de BPM geleidelijk naar de MRB te verschuiven. Bij de omzetting van een tijdvakbelasting (mrb) naar een kilometerheffing ontstaan niet of nauwelijks schokeffecten op de automarkt.
De eerste stap van de afbouw van de BPM is gezet in 2008, in de jaren 2009 en 2010 zijn de volgende twee stappen gezet (telkens 5%). De budgettaire derving als gevolg van die afbouw is opgevangen door een verhoging van de MRB. De volgende stappen van deze afbouw liggen inmiddels vast in wetgeving, namelijk de stappen in de jaren tot en met 2013 (5% tot en met 2012, 12,5% in 2013).
De wijze van afbouw van de BPM, ook wel vluchtheuvel genoemd, hoeft volgens de staatssecretaris overigens niet onvoordelig uit te pakken voor autobezitters die de afgelopen paar jaar een nieuwe of een andere (gebruikte) auto hebben gekocht. In eerste instantie ondervindt elke autobezitter weliswaar de last van een hogere MRB, maar op enig moment zullen deze mensen opnieuw een andere auto kopen en dan voordeel hebben van de inmiddels deels afgebouwde BPM. De verlaagde BPM zorgt immers voor een daling van de aanschafprijs voor nieuwe auto’s, een daling die doorwerkt naar de aanschafprijzen voor gebruikte auto’s.

Op dezelfde dag, 23 februari 2010, verscheen ook het bericht van het CBS, waarin het CBS stelt dat in januari 2010 de prijzen van nieuwe auto’s met 1% zijn gestegen ten opzichte van december 2010, welke stijging voor de helft te verklaren is door BPM-wijzigingen. De reden daarvoor moet echter niet gezocht worden in bovengenoemde omzetting van BPM in MRB, maar in de gewijzigde manier van heffing van BPM, die vanaf 2010 voor een deel ook gebaseerd is op de CO2-uitstoot van de auto.