17 mei 2012 0 files 5 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2010 » Kamervragen over de BPM-teruggaaf bij trouwvervoer
Bookmark and Share

Kamervragen over de BPM-teruggaaf bij trouwvervoer

Voor taxibedrijven geldt onder voorwaarden een BPM-teruggaaf. Minister De Jager van Financiën heeft kamervragen beantwoord over de reikwijdte daarvan. Gevraagd werd naar de mogelijkheid om ook trouwvervoer met limousines ook onder deze vrijstelling te brengen.

Belangrijke voorwaarde voor de BPM-teruggaaf is dat het taxivervoer jaarlijks minimaal 90% betreft. De vraag betrof onder meer de situatie dat sommige zogenaamde stretchlimousineverhuurders er tegenaan lopen dat zij – in verband met de hantering van de 90% regeling – geen BPM kunnen terugvorderen, omdat trouwvervoer en promotionele kilometers tot de 10% gerekend worden. Aan de minister werd gevraagd of hij de mening deelde dat dit niets te maken heeft met de oorspronkelijke bedoeling van de 10%-regeling: het voorkomen van het rijden van te veel privékilometers met een taxi?

De minister deelt deze mening niet. Hij antwoordt dat het uitgangspunt bij de teruggaaf van BPM en de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting het openbare karakter van het vervoer is. Deze regelingen gelden daarom niet voor personenauto’s die meer dan bijkomstig worden gebruikt voor ander vervoer. Beoogd wordt om deze fiscale faciliteiten uitsluitend te verlenen voor personenauto’s die geheel of nagenoeg geheel voor openbaar vervoer of taxivervoer worden ingezet. Daarvan is geen sprake bij trouwvervoer, waarbij feitelijk een auto met bestuurder wordt gehuurd. Voor dit vervoer geldt, anders dan voor openbaar vervoer en taxivervoer, geen vergunningsplicht ingevolge de Wet personenvervoer 2000. De fiscale regelingen sluiten hierbij aan.

Trouwvervoer kan worden verricht door zowel vervoerders met als zonder een vergunning ingevolge de Wet personenvervoer 2000. Als voor een taxi teruggaaf van BPM en vrijstelling van motorrijtuigenbelasting is verleend, telt eventueel trouwvervoer met die taxi niet mee voor de 90% taxivervoer. Dat geldt ook voor eventuele promotionele kilometers. Het maakt daarbij geen verschil of al dan niet sprake is van een stretchlimousine. Wanneer voor zo’n personenauto het overige vervoer, zoals privéritten, trouwvervoer of promotionele ritten, in één of meer van de eerste drie jaren na de teruggaaf meer blijkt te bedragen dan 10%, wordt het teruggegeven BPM-bedrag per jaar voor telkens een derde deel weer als belasting verschuldigd. Ook de motorrijtuigenbelasting waarvan over de desbetreffende periode vrijstelling is verleend wordt dan alsnog verschuldigd.