17 mei 2012 0 files 5 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2008 » Kamervragen over brandstofprijzen en accijns
Bookmark and Share

Kamervragen over brandstofprijzen en accijns

De staatssecretaris van Financiën heeft zijn antwoorden gepubliceerd op Kamervragen over de brandstofprijzen en brandstofaccijnzen.

De kamerleden Wilders, Madlener en Van Dijck (PVV) hadden aan de ministers van Financiën en van Verkeer en Waterstaat vragen gesteld over het bericht dat de brandstofprijzen in twaalf jaar zijn verdubbeld.

Een van de inleidende vragen luidde “Viel u ook van uw stoel toen u las dat sinds 1996 benzine 92 procent duurder is geworden en diesel zelfs 124 procent?”. Het antwoord daarop is kort maar krachtig: “Nee.”
Belangrijker is echter de vraag “ Wat gaat u doen om te voorkomen dat de automobilist in 2020 meer dan 3 euro betaalt voor een liter benzine?”

De staatssecretaris antwoordt daarop als volgt:
“De prijsstijgingen van benzine en diesel in de afgelopen twaalf jaar zijn in belangrijke mate een direct gevolg van de ontwikkeling van de wereldmarktprijzen van ruwe olie. Ook de door deze leden veronderstelde prijsstijging voor een liter benzine in de komende twaalf jaar zal voornamelijk buiten de invloedssfeer van de minister van Financiën plaatsvinden. Ter illustratie het volgende.

Op 1 januari 1996 bedroeg de accijns voor ongelode benzine ongeveer € 0,52 per liter. Thans bedraagt deze € 0,69 per liter. Uitgaande van een gangbare prijs in juni 2008 (peilmaand CBS) van ongeveer € 1,61 per liter en de prijs in 1996 van ongeveer € 0,85 cent is sprake geweest van een prijsstijging van ongeveer € 0,76 in de afgelopen 12 jaar. Deze prijsstijging kan dus voor slechts € 0,17 worden toegerekend aan accijns.

De prijsstijgingen zoals het CBS deze meldt hebben zich ook voornamelijk voorgedaan in de afgelopen anderhalf jaar. Tussen januari 2007 en juni 2008 is de prijs van een liter benzine gestegen met ongeveer € 0,33 per liter. Ongeveer 45% van de prijsstijging van de afgelopen twaalf jaar (€ 0,76) heeft zich dus voorgedaan in de afgelopen 18 maanden. Ik wil hierbij benadrukken dat in die tijd de accijns van benzine niet is verhoogd, maar alleen reëel constant gehouden door het tarief aan te passen aan de inflatie.”

Deze kamerleden vroegen ook naar de bereidheid om “ eindelijk het gestolen kwartje van Kok aan de automobilist terug te geven”.

De staatssecretaris reageert enigszins gepikeerd als volgt: “Naar aanleiding van de door deze leden gebruikte kwalificatie ('gestolen') merk ik op dat de hier bedoelde accijnsverhoging bij wet in formele zin is vastgesteld”. “Het wetsvoorstel dat tot deze wet heeft geleid is door de Staten-Generaal aanvaard. De term 'gestolen' acht ik in dit verband dan ook op zijn minst ongepast, niet alleen in de richting van het kabinet maar ook in de richting van het parlement.
Voor het overige verwijs ik deze leden kortheidshalve naar het antwoord op een identieke vraag van het lid Wilders”. In dat laatste antwoord stelde de toenmalige staatssecretaris dat de accijnsverhoging in 1991 meer dan volledig is teruggedraaid voor wat betreft de dieselaccijns en dat in het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat de opbrengst van het kwartje van Kok vooral zal worden aangewend voor wegen en daarnaast voor onderhoud van openbaar vervoer en vaarwegen. Het infrastructuurfonds is daarom vanaf 2004 met € 530 miljoen per jaar verhoogd.

Bron: AMD automotive fiscalisten