17 mei 2012 0 files 4 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2010 » Is de bijtellingsdifferentiatie strijdig met het non-discriminatiebeginsel?
Bookmark and Share

Is de bijtellingsdifferentiatie strijdig met het non-discriminatiebeginsel?

Vanaf 2008 wordt voor de hoogte van de bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak onderscheid gemaakt naar de hoogte van de CO2-uitstoot van de auto. Voor zeer zuinige auto’s geldt vanaf 2008 een 14%-bijtelling. Per 2009 geldt een tussencategorie van 20%. Invoering van deze kortingen op de standaardbijtelling van 25% roept de vraag op of dit wel is toegestaan op grond van het non-discriminatiebeginsel.

Deze vraag is recent voorgelegd aan Rechtbank Den Haag. Belanghebbende heeft in 2008 een auto van de zaak ter beschikking gesteld gekregen, waarop het 25%-bijtellingspercentage van toepassing is. Hij is van mening dat er sprake is van verboden discriminatie tussen personen met een auto van de zaak waarvoor de 25% bijtelling geldt en personen met een auto van de zaak met een bijtelling van 14%. De wetgever heeft naar zijn mening onjuiste criteria gehanteerd: de bijtelling representeert het privévoordeel en dat verschilt niet bij gebruik van auto’s met verschillende hoogten van de CO2-uitstoot.

Op basis van eerdere uitspraken komt de Rechtbank Den Haag echter tot een andere uitkomst: Het non-discriminatiebeginsel verbiedt niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen, maar alleen de gevallen die als discriminatie moeten worden beschouwd omdat een objectieve en redelijke rechtvaardiging ontbreekt. “Daarbij dient het oordeel van de wetgever te worden geëerbiedigd, tenzij dat van redelijke grond ontbloot is”.

Voor zover er al sprake is van gelijke gevallen, is de rechter van oordeel dat de wetgever binnen deze ruime beoordelingsvrijheid is gebleven. De objectieve en redelijke rechtvaardiging is er in gelegen om het gebruik van een minder milieubelastende auto te stimuleren en heeft terecht qua uitvoerbaarheid aangesloten bij de Europese richtlijn voor de meting en vaststelling van de CO2-uitstoot.

De mondelinge uitspraak in deze zaak is vervangen door een schriftelijke uitspraak, waaruit afgeleid kan worden dat belanghebbende in hoger beroep gaat. Wij houden u op de hoogte.