23 februari 2012 23 files 0 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Elektrische auto

Elektrische auto

Het aanbod aan elektrische auto’s was tot voor kort nog relatief beperkt (al is de techniek minder nieuw dan het lijkt). Er komen echter steeds meer nieuwe modellen van elektrische auto’s op de markt, zowel van de volledig elektrische auto als de plug-in hybride. Dat maakt de vraag actueel welke specifieke fiscale regelingen van kracht zijn bij een investering in zo’n “electric vehicle”.

Voor de investering in een elektrische auto gelden allereerst de gewone investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek. De gewone investeringsaftrek, voluit kleinschaligheidsinvesteringsaftrek geheten, is afhankelijk van de totale omvang van de investeringen in een jaar en bedraagt maximaal 28% van het investeringstotaal. Dit bedrag is een extra aftrekpost die van de winst mag worden afgetrokken. Tot voor kort waren personenauto’s in principe uitgesloten van deze investeringsaftrek, maar voor auto’s zonder of met een lage CO2-uitstoot geldt die uitzondering niet meer.

De milieu-investeringsaftrek (MIA) komt bovenop de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en is van toepassing indien een investering voorkomt op de zogenaamde milieulijst die jaarlijks door Agentschap NL wordt gepubliceerd. De elektrische auto staat op deze lijst onder code F5070, wat betekent dat er 36% MIA kan worden geclaimd. Vereist is een CO2-uitstoot van minder dan 50 gram per kilometer. Om voor de MIA in aanmerking te komen, moet de investering binnen 3 maanden bij de belastingdienst worden aangemeld met een daarvoor bestemd formulier.

Deze code op de milieulijst geeft ook aan dat er gebruik gemaakt kan worden van versnelde afschrijving. Van het investeringsbedrag mag 75% versneld worden afgeschreven. Dat levert een liquiditeits- en rentevoordeel op.
Ook oplaadpunten kwalificeren overigens voor MIA en versnelde afschrijving. Oplaadpunten en ook accuwisselstations staan namelijk op de milieulijst.

Verder is qua investering van belang dat voor elektrische auto’s een nihiltarief BPM geldt. De elektrische auto kan dus zonder deze aanschafbelasting worden ingezet.

Voor de motorrijtuigenbelasting, ook wel wegenbelasting genoemd, geldt eveneens een nihiltarief. Dat nihiltarief geldt in 2011 sowieso voor alle niet-dieselauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 110 gram/km (en dieselauto’s met maximaal 95 gram CO2-uitstoot per kilometer). Wanneer en in hoeverre het nihiltarief voor andere dan elektrische auto’s wordt aangepast, is in 2011 nader onderzocht. In de zg. Autobrief van het Kabinet van begin juni, is aangekondigd dat dit nihiltarief voor de zeer zuinige auto's verdwijnt per 2014. Voor de categorie auto's met een CO2-uitstoot tot maximaal 50 gram/km (elektrische auto's en plug-in hybrides als de Opel Ampera) wordt het nihiltarief gehandhaafd tot en met 2015.

Accijnzen zijn bij elektrische auto’s niet aan de orde. In plaats daarvan wordt een energiebelasting geheven per kWh. Vergelijking met traditionele brandstoffen levert op dat de belasting op elektriciteit, berekend per MegaJoule, slechts 56% bedraagt van die van normale loodvrije benzine.

Last but not least: voor de berijder van een elektrische auto van de zaak geldt tot 1 januari 2015 een verlaging van de bijtelling voor privégebruik met 25% van de waarde van de auto. Per saldo zal dat dus vrijwel altijd leiden tot een bijtelling van nihil in de loon- of inkomstenbelasting. In de bovengenoemde autobrief wordt aangekondigd dat deze bijtellingscategorie van per saldo 0% blijft gelden tot en met 2015 en dat de bovengrens qua CO2-uitstoot wordt verhoogd tot maximaal 50 gram/km.
NB: in het Belastingplan 2012 is deze uitbreiding van de nihilbijtelling weliswaar opgenomen, maar tijdens de kamerbehandeling is hierover discussie ontstaan. Zie voor de laatste stand van zaken de nieuwsrubriek op deze site. 

Naast al deze fiscale faciliteiten zijn ook lagere overheden bereid bij te dragen in de kosten. Zo geeft bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam een flinke subsidie op een laadpaal en draagt de gemeente Rotterdam bij in de kosten van de oplaadpunten en de elektriciteit.

(stand van zaken per 27 januari 2011, geactualiseerd op 12 november 2011)