17 mei 2012 0 files 4 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2009 » Doorschuifverklaring van groot belang voor BPM op bestelauto
Bookmark and Share

Doorschuifverklaring van groot belang voor BPM op bestelauto

De BPM-wetgeving voor bestelauto’s is de afgelopen jaren flink gewijzigd. Vanaf 2007 geldt op nieuwe bestelauto’s een vrijstelling in plaats van een teruggaaf. Bij gebruikte bestelauto’s geldt een doorschuifregeling ter voorkoming van afdracht van rest-BPM. Hoe dit werkt bij opeenvolgende transacties, blijkt uit een onlangs vrijgegeven uitspraak van Rechtbank Arnhem.

Het ging daarbij om een bestelauto die door een garagebedrijf was gekocht van een ander garagebedrijf en vervolgens was doorverkocht aan een particulier.
Beide transacties speelden zich af binnen de 5-jaarstermijn waarbinnen door een ondernemer rest-BPM verschuldigd wordt als (bijv. door verkoop) niet meer aan de voorwaarden voor BPM-vrijstelling wordt voldaan. Heffing van deze rest-BPM kan achterwege blijven als de auto aan een andere ondernemer wordt verkocht en daarbij een zg. doorschuifverklaring wordt ondertekend.

Bij de eerste transactie was zo’n verklaring echter niet opgesteld.
Vervolgens verkoopt het garagebedrijf de auto aan een particulier. Normaliter dient het garagebedrijf dan BPM-aangifte te doen en de BPM af te dragen. Deze kan op de factuur aan de particulier worden doorberekend.
De belastingdienst legde een naheffingsaanslag op ter zake van de BPM op de tweede verkoop (de verkoop aan de particulier), omdat naar haar oordeel per transactie gekeken moet worden of er sprake is van een met BPM belaste transactie.

De Rechtbank oordeelt echter anders: als bij de eerste transactie de BPM niet is doorgeschoven, is de koper van deze bestelauto voor de 5-jaarsperiode niet in de plaats getreden van de vorige eigenaar. Het ontbreken van een doorschuifverklaring betekent dat er op latere transacties geen doorschuiving meer kan of hoeft plaats te vinden. Bij de verkoop aan de particulier was daardoor geen BPM verschuldigd.

In deze procedure ging het niet om de heffing op de eerste transactie: zonder twijfel heeft de belastingdienst ook een naheffing bij de oorspronkelijke verkoper opgelegd. Het achterwege laten van een doorschuifverklaring betekent dat ook op een transactie tussen ondernemers BPM wordt geheven, welke BPM vervolgens niet meer teruggevraagd kan worden door een latere eigenaar, ook niet als dat een ondernemer is. Deze uitspraak bevestigt dan ook het grote belang van een doorschuifverklaring.