17 mei 2012 0 files 4 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2007 » De inrichtingseisen en het herstelbeleid
Bookmark and Share

De inrichtingseisen en het herstelbeleid

Zoals bekend moet een auto aan een aantal fiscale inrichtingseisen voldoen om als bestelauto voor de BPM en MRB aangemerkt te kunnen worden.
Voldoet een bestelauto niet aan deze inrichtingseisen, dan wordt BPM (na)geheven en geldt voor de MRB het hogere personenautotarief.
Wordt door de belastingdienst geconstateerd dat niet aan de eisen wordt voldaan, dan is er slechts in zeer uitzonderlijke gevallen ruimte voor zogenaamd “herstelbeleid”. Dat blijkt ook uit een recente uitspraak van het Gerechtshof in Den Bosch.

Het ging hierbij om een eigenaar van een bestelauto met manco’s aan de vereiste tussenwand. Hij beriep zich er op dat hij door de belastingdienst eerst in staat moest zijn gesteld dit te herstellen (het zogenaamde “herstelbeleid”) alvorens hij deze hoge naheffingen zou moeten krijgen.

De rechter oordeelt dat de belastingdienst deze speelruimte niet heeft. Het herstelbeleid bevat namelijk beperkte speelruimte omdat daarin is geregeld dat er geen herstelmogelijkheid wordt geboden bij de volgende gebreken in de vereiste inrichting:
- de laadruimte voldoet niet aan de fiscale minimummaten;
- er is geen vaste tussenwand van de bij die auto horende omvang;
- aan de rechterzijde is meer dan één zijruit aangebracht;
- aan de linkerzijde zijn één of meer zijruiten aangebracht;
- er zijn zitplaatsen in de laadruimte aangebracht waardoor er geen sprake meer is van een vlakke laadvloer.

Het luistert dermate nauw met deze inrichtingseisen, dat hieraan vanaf het begin van het gebruik van de auto moet zijn voldaan. Later herstel zonder fiscale consequenties is niet mogelijk.

Bron: AUTOmotive DIDACT B.V.

28 juni 2007