17 mei 2012 0 files 4 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2009 » BPM naheffing: terecht of onterecht
Bookmark and Share

BPM naheffing: terecht of onterecht

Bij gebruik van een buitenlands kenteken kan BPM verschuldigd zijn. Twee nieuwe uitspraken door belastingrechters gaan over de vraag of naheffing in zo’n situatie wel terecht is.

Uit een recente uitspraak van het Hof ’s-Hertogenbosch blijkt dat geen BPM-naheffingsaanslag kan worden opgelegd als er sprake is van incidenteel kortstondig gebruik van de auto. De aanslag is volgens het Hof niet evenredig aan de gebruiksduur van de auto in Nederland. In deze casus werd een mevrouw die in Nederland woonachtig is, tot tweemaal toe aangetroffen als bestuurster van de personenauto van haar Duitse vriend. Haar vriend had ernstige hoofdpijn, zodat zij met zijn auto medicijnen ging halen. De wettelijke BPM-heffing die dan voor het volle tarief verschuldigd wordt, is echter op basis van de recente uitspraken van de Europese rechters in de zaak Ilhan en Van de Coevering niet correct. De BPM-naheffing werd ten onrechte opgelegd.

De Nederlandse BPM-heffing kan worden voorkomen door aanvraag van een vrijstellingsvergunning voor een werknemer of eigenaar van een buitenlands bedrijf. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 9 januari 2009 blijkt dat enkel het hebben van een Duits postadres door een Nederlandse ondernemer niet kan leiden tot een BPM-vrijstelling. In dit geval was aan een inwoner van Nederland een BPM-vrijstelling verleend voor de afstand tussen zijn woonplaats en de onderneming in Duitsland. Bij een controle was deze ondernemer met de auto aangetroffen buiten dit traject. Volgens de Hoge Raad moet de plaats van de werkzaamheden op basis van alle feiten en omstandigheden worden beoordeeld. Het enkel hebben van een Duits postadres is niet voldoende om aan te tonen dat de feitelijke plaats van de werkzaamheden Duitsland is. De BPM-naheffing werd dus terecht opgelegd.

Bij de laatste uitspraak past overigens de kanttekening dat deze zaak betrekking had op de wetgeving van voor de verruiming van deze vrijstelling. Op dit moment kan een ondernemer met een buitenlands bedrijf een vrijstellingsvergunning aanvragen waarmee hij in Nederland ook buiten het reguliere woon-werktraject BPM-vrij kan rijden.