21 september 2014 8 files 0 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Bijtelling

Bijtelling

De bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak is van toepassing op ondernemers of werknemers die een auto van de zaak ter beschikking hebben gekregen. Het voordeel dat deze auto ook privé gebruikt mag worden, wordt voor werknemers belast als loon in natura (geregeld in artikel 13bis Wet loonbelasting) en bij ondernemers bij hun winst geteld (geregeld in artikel 3.20 Wet inkomstenbelasting).

Voor ondernemers geldt de bijtelling voor het privé-gebruik van de auto als de auto tot het vermogen van de onderneming behoort of als de auto door de onderneming geleast wordt. In principe komen alle autokosten dan ten laste van de winst, maar voor het privégebruik wordt deze aftrekpost gecorrigeerd met de bijtelling. De bijtelling bedraagt bij ondernemers nooit meer dan de werkelijke kosten en lasten.

Als het aantal privékilometers op jaarbasis groter is dan 500 kilometer, kan de hoogte van de bijtelling worden afgelezen uit onderstaande tabel (genoemde waarden betreft de CO2-uitstoot in gram/km):

 

  2014 2015
4% 0 0
7% 1-50 1-50
Benzine:     
14% 51-88 51-82
20% 89-117 83-110
Diesel:     
14% 51-85 51-82
20% 86-111 83-110


Uiterlijk 31 december 2013 tenaamgestelde auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 50 gram/km hebben een 0% bijtelling gedurende 60 maanden. Bij een eerste tenaamstelling in 2014 of 2015 geldt gedurende 60 maanden een bijtelling van 7% bij een uitstoot van 1-50 gram/km. Voor de volledig elektrische auto's geldt per 2014 een bijtelling van 4%. 

De CO2-uitstootnormen van deze verlaagde categorieën worden ook per 2015 bijgesteld volgens bovenstaande tabel. Het verschil tussen benzine en diesel in de 14%- en 20%- categorie wordt uitgefaseerd en zal in 2015 verdwenen zijn.

Zie voor een totaaloverzicht van modellen en uitvoeringen in de diverse bijtellingscategorieën www.autoweek.nl/groen

Voor de berijders van een auto in een lagere bijtellingscategorie is het van groot belang om zekerheid te hebben over de hoogte van de bijtelling op de auto die men vaak meerdere jaren rijdt. Om de stimulans in stand te houden voor auto’s die zuiniger zijn dan gemiddeld, zullen de maximale CO2-uitstootgrenzen van de 14% en 20%-categorie de komende jaren steeds jaarlijks worden aangescherpt. Hierbij geldt echter wel een overgangsregeling. Voor nieuwe auto’s vanaf 1 juli 2012 geldt de indeling in een lagere bijtellingscategorie voor een periode van 60 maanden, gerekend vanaf het moment dat de auto voor het eerst op naam is gesteld. Aan het eind van die periode wordt bekeken of de auto op basis van de dan geldende CO2-grenzen opnieuw voor een verlaagd bijtellingspercentage in aanmerking komt. Als dat het geval is, geldt die nieuwe indeling opnieuw voor 60 maanden.

Deze 60-maandsduur van de bijtellingsindeling is ingevoerd per 1 juli 2012. Op auto’s die vóór 1 juli 2012 al tenaam gesteld zijn, geldt deze beperking niet zolang de auto niet van berijder wisselt of van eigenaar verandert. Wisselt zo’n auto na 1 juli 2012 van eigenaar én berijder, dan geldt de verlaging van de bijtelling nog gedurende maximaal 60 maanden te rekenen vanaf 1 juli 2012.

De bijtelling wordt tot het loon of de winst gerekend. Per 2006 wordt voor werknemers de bijtelling via de loonbelasting belast en verrekend via de loonstrook. Een eventuele eigen bijdrage van de werknemer voor privégebruik komt op de bijtelling in mindering.

Tijdsevenredig berekenen
Omdat de hoogte van het bijtellingspercentage afhankelijk is van het aantal gereden privé-kilometers, moeten voor de 500-kmgrens van de tegenbewijsregeling de gereden privé-kilometers eerst worden herberekend naar een jaarkilometrage als niet het hele jaar met een auto van de zaak is gereden.

Cataloguswaarde
De cataloguswaarde van de auto is bepalend voor de bijtelling. Voor een personenauto is de cataloguswaarde de nieuwprijs van de auto inclusief BPM en BTW.  De cataloguswaarde van een bestelauto die vóór 1 juli 2005 is te naam gesteld, is inclusief BTW maar zónder BPM. Voor bestelauto’s die op 1 juli 2005 of later voor het eerst zijn te naam gesteld, geldt een cataloguswaarde inclusief BTW én BPM.

Opties en accessoires
Accessoires, opties en meeruitvoeringen kunnen worden gerekend tot de catalogusprijs. Voor auto’s met een tenaamstelling vóór 1 juli 2006 tellen accessoires mee voor de bijtelling als deze in de prijslijst van de importeur of fabrikant voorkomen én zijn ingebouwd vóór de dag van toekenning van het kenteken.
Voor auto’s met een tenaamstelling vanaf 1 juli 2006 geldt dat de bijtelling wordt berekend over de waarde zoals die ook voor de BPM-berekening geldt: de catalogusprijs inclusief de af-fabriek gemonteerde opties. Bij de dealer aangebrachte accessoires tellen dan niet langer mee voor de bijtelling.

Rittenregistratie
De bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak kan worden voorkomen indien men op  jaarbasis minder dan 500 km privé rijdt. Hoe het bewijs daarvoor wordt geleverd, is niet aan regels gebonden. Het beste kan dit door middel van een sluitende rittenadministratie.

In een rittenadministratie moeten per rit de volgende gegevens worden bijgehouden: datum, begin- en eindstand van de kilometerteller, plaats van vertrek, plaats van de bestemming, vermelding van de aard van de rit (zakelijk of privé, zie hieronder voor woon-werkverkeer) en de gereden route. Als van de gebruikelijke route wordt afgeweken kan dit bij ‘gereden route’ worden aangegeven. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij files.

 

RITTENVERANTWOORDING

Naam

 

Merk en type auto

 

Kenteken

 

Periode van terbeschikkingstelling

van

tot

Dag

Plaats van

Vertrek

Plaats van

Aankomst

Begin

km-stand

Eind

km-stand

Zakelijk/privé rit

Gereden route

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naast een rittenadministratie kan de belastingdienst aanvullende informatie opvragen. Hierbij kunt u onder meer denken aan de agenda, tankgegevens en gegevens over verkeersboetes. Een black box kan ondersteunend zijn bij een sluitende kilometeradministratie.

Verklaring geen privégebruik
Vanaf 1 januari 2006 moet de werkgever loonbelasting inhouden over de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak. De werkgever is er verantwoordelijk voor dat het juiste bedrag aan loonbelasting wordt afgedragen. Is de werknemer van mening dat er geen bijtelling hoeft plaats te vinden omdat op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé wordt gereden, dan zou de werkgever de kilometeradministratie moeten controleren. Om de werkgever niet met deze controle te belasten, kan de werknemer met een standaardformulier bij de belastingdienst een verklaring geen privégebruik auto aanvragen. Als de werknemer de verklaring overhandigt aan de werkgever, kan de werkgever zonder risico’s op naheffing en boetes de bijtelling achterwege laten. Alleen als het voor de werkgever duidelijk is dat de verklaring ten onrechte is afgegeven, kan de belastingdienst bij de werkgever naheffen. In andere gevallen wordt bij de werknemer nageheven.

De werknemer moet ondanks zo’n verklaring nog wel een sluitende kilometeradministratie bijhouden. Aan de belastingdienst moet immers kunnen worden aangetoond dat er niet meer dan 500 km op jaarbasis is gereden. Mocht achteraf echter blijken dat toch meer dan 500 km privé is gereden, dan zal de belastingdienst de belasting over de bijtelling naheffen bij de werknemer en niet bij zijn werkgever.

Uitgezonderde bestelauto’s
Van de forfaitaire bijtelling zijn uitgezonderd: bestelauto’s “die door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijken te zijn voor vervoer van goederen”.
Rijdt een werknemer in zo’n bestelauto dan is de forfaitaire bijtelling niet van toepassing, zonder dat daarvoor een sluitende kilometerregistratie bijgehouden hoeft te worden. De bijtelling bedraagt dan het aantal privékilometers (waarvan de bewijslast op de inspecteur rust) keer de prijs per kilometer.

De bestelauto’s die hiervoor in aanmerking komen, hebben in principe alleen een stoel voor de chauffeur zelf. Er is dus geen passagiersstoel aanwezig en geen achterbank om passagiers mee te nemen. Is de auto wel voorzien van een bijrijdersstoel of anderhalfzitsbankje, dan is uitsluitend het weghalen van dat bankje of die stoel niet voldoende om de bestelauto te kunnen aanmerken als een bestelauto die uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer. De bevestigingspunten moeten ook verwijderd of dichtgelast worden. Een voorbeeld van een bestelauto die voor deze regeling in aanmerking komt, is de serviceauto waarin naast de bestuurder alleen plaats is voor gereedschappen en reserveonderdelen. Gebruikt de werknemer deze serviceauto toch voor ritten met een privékarakter, dan krijgt de bestuurder een bijtelling op basis van het werkelijke gebruik. Dit gebruik wordt berekend door de gereden privékilometers te vermenigvuldigen met de werkelijke kostprijs per kilometer van die bestelauto.

Uitspraken van belastingrechters wijzen inmiddels uit dat niet alleen bestelauto’s met slechts één stoel onder deze uitzondering vallen. Bij het tot stand komen van deze uitzondering is wel met name gedacht aan bestelauto’s met slechts één stoel. In mei 2009 besliste de Hoge Raad echter al dat een grote bestelauto van een bloemist, voorzien van specifieke inrichting en met meerdere zitplaatsen, ook in aanmerking kwam voor deze uitzondering. Ook is er een uitspraak over een grote bestelauto (verlengd en verhoogd, zodat deze niet op normale parkeerplaatsen en in parkeergarages past) van een vloerbedekkinglegger. Ook in die situatie gold het vaste bijtellingspercentage niet, ook al had de auto twee zitplaatsen. Inmiddels is er ook jurisprudentie over kleinere bestelauto’s. Zo heeft Gerechtshof Amsterdam zich uitgesproken over een Renault Kangoo met twee zitplaatsen. Deze viel ook onder de uitzonderingsregeling, omdat de auto als gevolg van het gebruik voor schilders- en schuurwerkzaamheden “erg vies is en stinkt” en omdat de auto in de laadruimte is voorzien van een kunststof bak die alleen door een garagebedrijf verwijderd kan worden. In een zaak uit juni 2011 was zelfs zo’n bak niet nodig en was bij een bestelauto van een timmerbedrijf vooral van belang dat de auto erg vies was en daardoor niet goed geschikt voor privégebruik. Intussen ontstaat uit de rechtspraak het beeld dat de uitzondering voor specifieke bestelauto’s ruimer toepasbaar is dan alleen voor grote bestelauto’s of bestelauto’s met slechts één stoel. Wel is dan vereist dat de tweede stoel noodzakelijk is voor een bijrijder voor hulp bij laden en lossen of dat de bestelauto is voorzien van specifieke inrichting c.q. wordt gebruikt voor specifieke doeleinden.

Specifieke regelingen voor niet uitgezonderde bestelauto’s
Voor bestelauto’s gelden bijzondere regelingen. Allereerst is de regeling voor het verbod op privégebruik van belang. Wanneer tussen werkgever en werknemer schriftelijk wordt overeengekomen dat het voor de werknemer verboden is een bestelauto privé te rijden, dan krijgt de werknemer geen bijtelling voor de bestelauto. De werkgever moet de verklaring bij de loonadministratie bewaren. Tevens is vereist dat de werkgever toezicht houdt op het naleven van het verbod én bij overtreding een passende sanctie oplegt aan de werknemer. Als passende sancties zijn door de fiscus genoemd: een geldboete die in verhouding staat met de te betalen belasting over de bijtelling, het verhalen door de werkgever op de werknemer van de nageheven loonbelasting of zelfs ontslag uit de dienstbetrekking. De werkgever kan toezicht houden op het naleven van het verbod door bijvoorbeeld het controleren van kilometerstanden, na te gaan wanneer verkeersovertredingen zijn gemaakt, de hoeveelheid van de verbruikte brandstof te controleren en te controleren of buiten werktijd brandstof is getankt. In de wet is expliciet bepaald dat in geval van zo’n verbod op privégebruik ten aanzien van een bestelauto de bijtelling niet geldt. De werkgever dient zich echter wel te realiseren dat het risico op naheffing en boetes in geval van zo’n schriftelijk overeengekomen verbod op privégebruik geheel bij hem ligt. Bij een kilometeradministratie samen met een ‘verklaring geen privégebruik’ voorkomt hij dat risico.

Daarnaast geldt een regeling voor situaties waarin privégebruik niet goed mogelijk is: Wordt een bestelauto in verband met de aard van de werkzaamheden doorlopend en afwisselend door twee of meer werknemers gebruikt, dan kan worden volstaan met een eindheffing van € 300 per auto. De werkgever betaalt deze eindheffing aan de belastingdienst. Op het loon van de werknemers vindt geen inhouding plaats.
Deze situatie zal zich bijvoorbeeld kunnen voordoen bij een installatiebedrijf waarbij in een bepaalde week werknemer A op maandag en dinsdag een bepaalde bestelauto meeneemt, op woensdag en donderdag werknemer B en op vrijdag werknemer C, terwijl op andere dagen en in andere weken een totaal ander gebruik van de diverse bedrijfsauto’s door de diverse medewerkers plaatsvindt.
Als iemand ’s avonds steeds dezelfde auto mee naar huis neemt, is er geen sprake van doorlopend afwisselend gebruik. Van doorlopend afwisselend gebruik is ook geen sprake als er bij een bedrijf bijvoorbeeld twee werknemers en twee bestelauto’s zijn, die dagelijks worden gewisseld.

Voor de kilometeradministratie geldt een versoepeling voor bestelauto’s: Als een werknemer door de aard van de werkzaamheden veel ritten op een dag heeft, mag de werknemer om praktische redenen het bewijs van een privégebruik van maximaal 500 km per jaar leveren met een combinatie van een vereenvoudigde rittenregistratie en de zakelijke adressen in de administratie van de werkgever. Hierbij geldt als voorwaarde dat de werkgever schriftelijk met de werknemer heeft afgesproken dat de werknemer een vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt, privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan en de werkgever de zakelijke adressen in zijn (project)administratie heeft.
In de vereenvoudigde rittenregistratie hoeft een werknemer de zakelijke ritten dan niet te vermelden, omdat die aanwezig zijn in de (project)administratie van de werkgever. De vereenvoudigde rittenregistratie moet per dag de volgende gegevens vermelden: de datum, de werktijd, de begin- en eindkilometerstand (aan het begin en einde van de werktijd), een verwijzing naar de zakelijke adressen in de (project)administratie van de werkgever als de volgorde waarin de werknemer deze adressen heeft bezocht, in de (project)administratie ontbreekt. Maakt de werknemer een privérit (binnen de 500-kilometergrens), dan moet hij ook de volgende gegevens in de vereenvoudigde rittenregistratie vermelden: de datum, de begin- en eindkilometerstand van de privérit,het vertrek- en aankomstadres.

Vanaf 2012 is het bovendien niet langer noodzakelijk om een rittenregistratie bij te houden als een bestelauto niet privé gebruikt wordt. In zo’n geval kan gebruik gemaakt worden van een zogenaamde ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’. Deze moet via de werkgever bij de belastingdienst worden aangevraagd. Na toekenning hoeft de werknemer geen rittenregistratie meer bij te houden. Als de inspecteur, bijvoorbeeld op grond van camerabeelden, het vermoeden heeft dat de bestelauto voor privédoeleinden wordt gebruikt, wordt contact gezocht met de werknemer en werkgever. Zij krijgen de mogelijkheid het zakelijke karakter van de rit aan te tonen. Lukt dat niet, dan volgt een naheffingsaanslag. Als de werkgever bij de aanvraag een onjuiste verklaring heeft afgelegd, als hij de werknemer toestemming voor het privégebruik heeft gegeven of als hij weet dat de werknemer de auto voor privédoeleinden gebruikt, dan wordt de naheffingsaanslag aan de werkgever opgelegd. Als de werkgever niets te verwijten is, wordt nageheven bij de werknemer.
Als de werknemer de auto niet langer meer uitsluitend zakelijk gebruikt, moet hij de verklaring intrekken. Het niet intrekken is een beboetbare overtreding, nog los van de naheffing van de bijtelling zelf. In de fiscale wetgeving is ook een nieuwe meldingsregeling ingevoerd voor de werkgever: De werkgever moet aan de fiscus melden dat de werknemer ten onrechte de verklaring nog niet heeft ingetrokken als de werkgever weet of vermoedt dat de werknemer de auto ook voor privédoeleinden gebruikt. Zo’n vermoeden kan bijvoorbeeld ontstaan door verkeersboetes buiten werktijd. Het niet melden wordt in gevallen waarin dat wel had gemoeten, bij de werkgever beboet met een vergrijpboete van maximaal 100% van het bedrag dat aan loonbelasting wordt nageheven. 

 

Nieuws:

9 november 2012: Forenzentaks definitief ingetrokken
Het regeerakkoord van het kabinet Rutte II vermeldde het al: de forenzentaks gaan definitief niet door. Vergoedingen voor woon-werkverkeer met de eigen auto blijven daardoor onbelast tot 19 eurocent per kilometer. Het woon-werkverkeer zou ook voor de bijtelling als privégebruik worden aangemerkt. De tegenbewijsregeling met een maximaal privégebruik van 500 km per jaar zou dan heel moeilijk worden. Ook die regeling gaat nu definitief niet door.

26 april 2012: Bezuinigingsakkoord treft ook berijders van auto van de zaak
In het afgebroken Catshuisoverleg waren stevige bezuinigingen voor de automobilist opgenomen. Na de val van het kabinet was de vraag in hoeverre deze bezuinigingen overeind zouden blijven.
Uit de donderdagavond 26 april 2012 naar de Tweede Kamer verzonden brief van Minister De Jager blijkt dat deze bezuinigingen ook in het nieuwe akkoord van de zg. Kunduz-coalitie zijn opgenomen.
De tekst met betrekking tot dit onderdeel luidt:
“Om de doorstroming op de woningmarkt te verbeteren, wordt de overdrachtsbelasting op woningen permanent verlaagd tot 2%. Dat draagt bij aan langdurige zekerheid op de woningmarkt en lagere financiële risico’s. De maatregel wordt gefinancierd uit de afschaffing van de onbelaste reiskostenvergoeding, inclusief het onbelaste privégebruik van lease-auto’s. Dit bevordert dat mensen dichterbij hun werk gaan wonen en vermindert de milieu- en filedruk”.
Het is een akkoord op hoofdlijnen, uitwerking in een wetsvoorstel volgt later. De exacte reikwijdte zal dan blijken. Het afschaffen van de tegenbewijsregeling in de bijtelling voor auto’s die niet meer dan 500 km per jaar privé worden gebruikt, maakt het des te nodiger dat er een bijtellingsstaffel op basis van het daadwerkelijk aantal verreden privékilometers wordt ingevoerd. Zo’n regeling is in voorbereiding voor bestelauto’s en wordt mogelijk later ook ingevoerd voor personenauto’s.

26 april 2012: Ook dieselhybrides onder 0% bijtelling
De bijtellingscategorie voor auto's met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gram/km geldt op dit moment niet voor auto's met compressieontsteking. Als de Tweede Kamer hiermee instemt (Fiscale Verzamelwet 2012), wordt deze regeling echter ook voor dieselauto's opengesteld en wel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012.

27 maart 2012: Kamervragen over overgangsregeling bijtelling
De Kamervragen betreffen de marketing door leasemaatschappijen, die nog voor 1 juli 2012 auto’s te naam stellen die vanaf 1 juli 2012 in een hogere bijtellingscategorie vallen. Deze auto’s worden dan na 1 juli 2012 ingezet zodra het huidige leasecontract afloopt. In de Kamervragen wordt aan de staatssecretaris gevraagd of hij de mening deelt dat dit een onbedoeld voordeel in de hand werkt en wordt hem gevraagd of hij hier iets tegen wil doen. Lees meer.

20 december 2011: Fiscale wetsvoorstellen 2012 zijn aangenomen door Eerste Kamer
De hierboven beschreven nieuwe bijtellingsregelingen voor 2012 zijn definitief, nu in navolging van de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer hiermee heeft ingestemd.

17 november 2011: 0% of 7% bijtelling voor elektrische auto?
Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van niet meer dan 50 gr/km die in de jaren 2012 of 2013 tenaam worden gesteld, geldt gedurende 60 maanden een bijtellingspercentage van nihil.
Voor auto's die voor het eerst te naam worden gesteld in 2014 en 2015 gaat vervolgens gedurende 60 maanden een 7%-bijtelling gelden.

1 juni 2011: aanscherpen normen 14% en 20% bijtelling per 1 juli 2012
In de zg. Autobrief van de staatssecretaris van Financiën wordt aangekondigd dat de normen van de 14% en 20% bijtellingscategorie per 1 juli 2012 worden aangescherpt voor nieuwe auto's van na dat moment.

De grens van de 0% bijtelling gaat per 1 januari 2012 al omhoog: tot maximaal 50 gram/km CO2-uitstoot.
De normen voor de 14% en 20% bijtellingscategorie worden per 1 juli 2012 (en niet, zoals thans in de wet staat, per 2013) bijgesteld. Vervolgens vindt jaarlijkse neerwaartse bijtelling plaats.
De nieuwe bovengrenzen van deze categorieën worden per 1 juli 2012:
14% bijtelling tot maximaal 102 gram/km CO2-uitstoot (benzine) resp. maximaal 91 gram (diesel);
20% bijtelling tot maximaal 132 gram/km CO2-uitstoot (benzine) resp. maximaal 114 gram (diesel).

Voor de 14%-categorie gaat voor benzine de grens van 102 gram/km in 2013 omlaag naar 95, in 2014 naar 88 en in 2015 naar 82. Voor diesel gaat de grens naar 88 in 2013, 85 in 2014 en 82 in 2015.
Voor de 20%-categorie gaat voor benzine de grens van 132 gram/km in 2013 omlaag naar 124, in 2014 naar 117 en in 2015 naar 110. Voor diesel gaat de grens naar 112 in 2013, 111 in 2014 en 110 in 2015.

8 maart 2011: intrekking verklaring geen privégebruik kan leiden tot bijtelling over het hele jaar
Bij wisseling van auto in de loop van een kalenderjaar blijft het oppassen met de gevolgen daarvan voor de bijtelling. Overstap van géén bijtelling naar wel bijtelling en andersom is gedurende het jaar in principe niet mogelijk. Lees meer.

13 augustus 2010: Bovennormbijdrage niet meer aftrekbaar?
Naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad van 13 augustus 2010 hebben diverse media gemeld dat de bovennormbijdrage niet langer aftrekbaar is. De uitspraak gaat echter over een specifieke situatie.
Wat was het geval? In de situatie waar de Hoge Raad over geoordeeld heeft, was er sprake van een werknemer die een duurdere auto wilde rijden dan de leaseregeling van het bedrijf voorschreef. De keuze voor een duurdere auto was weliswaar mogelijk, maar leidde tot het verschuldigd worden van een maandelijkse “bovennormbijdrage” (in dat jaar in totaal € 5.203). Deze was ook verschuldigd als er privé niet met de auto gereden zou worden. Daarnaast was voor het privégebruik een vaste maandelijkse eigen bijdrage verschuldigd van 124 euro.
De rechters oordeelden dat in dit geval de bovennormbijdrage niet geheel aftrekbaar is van de bijtelling. Die uitkomst heeft echter alles te maken met het feit dat er twéé maandelijkse bijdragen waren: een bijdrage voor privégebruik en een (niet als privégebruik benoemde) bijdrage voor de overschrijding van het leasebudget. De rechters oordeelden dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze laatste bijdrage alleen voor privégebruik was. De conclusie is dan ook dat de bovennormbijdrage alleen aftrekbaar is voor het privégedeelte: oftewel in de verhouding van de privékilometers ten opzichte van het totaal aantal kilometers.
Uit dit arrest kan niet de conclusie getrokken worden dat de bovennormbijdrage nooit meer aftrekbaar is. Wel moet voor aftrek aan twee voorwaarden zijn voldaan: de bijdrage moet aan de werkgever betaald worden en moet verschuldigd zijn wegens privégebruik. In bovengenoemde situatie had men er dan ook beter voor kunnen kiezen om in de autoregeling de eigen bijdrage voor privégebruik op te bouwen uit zowel het vaste maandelijkse bedrag als het maandelijkse bedrag voor de normoverschrijding. De informatie op de website van de belastingdienst bevestigt dat de bijdrage voor privégebruik dan aftrekbaar is: “U kunt met uw werkgever afspreken dat u een eigen bijdrage voor het privégebruik van de auto betaalt. Elke eigen bijdrage die u aan uw werkgever betaalt, kan van de bijtelling worden afgetrokken. Dat geldt ook voor een hoger leasebedrag voor een auto uit een duurdere klasse”.

29 april 2010: Werkgever mag naheffing verhalen op werknemer
Uit een uitspraak van de kantonrechter in Den Bosch blijkt dat werkgevers gerechtigd zijn om naheffingen loonbelasting ter zake van privégebruik van de auto van de zaak te verhalen op hun werknemers. De werknemer is naar het oordeel van de kantonrechter de belastingplichtige, zodat verhaal van de naheffing terecht is.

1 februari 2010: Hogere boetes
Het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB) is geactualiseerd. Vooral de nieuwe beleidslijn met betrekking tot de naheffing bij het niet of onjuist aangeven van de bijtelling privégebruik van de auto van de zaak valt op. Daarbij worden ook nieuwe boetepercentages geïntroduceerd.
Volgens het BBBB geldt bij een verzuim standaard een boete van 10% tot het wettelijke maximum van € 4.920. Voor het niet aangeven van de bijtelling geldt echter een verzuimboete van 80% van dat wettelijke maximum. Bij het overleggen van een onjuiste of onvolledige kilometeradministratie geldt zelfs een boete van 100% van het wettelijke maximum van € 4.920.
Kan de belastingdienst bewijzen dat er sprake is van grove schuld of van opzet, dan wordt geen verzuimboete, maar een vergrijpboete opgelegd. Bij grove schuld bedraagt deze 40% van het naheffingsbedrag en bij opzet 80% van het naheffingsbedrag. Ook bij de vergrijpboete geldt dat de boete 100% (van het naheffingsbedrag) bedraagt bij een onjuiste of onvolledige rittenregistratie.
De inspecteur moet van geval tot geval afwegen of er sprake is van een verzuim of van een vergrijp. Voor hetzelfde feit mogen niet zowel een verzuim- als een vergrijpboete worden opgelegd.

Deze verhoogde boetes maken het voor de werkgever des te belangrijker om te beschikken over een verklaring geen privégebruik.