17 mei 2012 0 files 4 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2008 » Aftrekbaarheid eigen bijdrage voor leasenormoverschrijding
Bookmark and Share

Aftrekbaarheid eigen bijdrage voor leasenormoverschrijding

Het Gerechtshof in Den Bosch heeft recent uitspraak gedaan in een zaak over de aftrekbaarheid van een eigen bijdrage voor een lease-auto uit een duurdere prijsklasse dan volgens de leasenormbedragen van de werkgever toegestaan was.
Het ging om een werknemer die op grond van privé-overwegingen gekozen had voor een duurdere auto dan de werkgever hem bij zijn functie toekende. Voor het verschil in leasetermijn met de auto volgens de interne leasenorm werd een vaste maandelijkse leasebijdrage gevraagd. Daarnaast was deze werknemer voor het privé-gebruik een vaste maandelijkse vergoeding verschuldigd van 124 euro.
In het interne leaseautoreglement waren deze beide vergoedingen ook afzonderlijk opgenomen:

Bijdrage voor privé-gebruik
Het is iedere berijder toegestaan 12.000 km op jaarbasis privé te rijden. Hiervoor is een vaste maandelijkse bijdrage voor privé-gebruik verschuldigd. Voor de bedragen van "bijdrage gebruik" wordt verwezen naar de lijst van variabelen, behorende bij deze lease-autoregeling. De manager kan een km-registratie eisen bij excessief privé-gebruik door de medewerker. Het is aan de manager om te beoordelen welke extra bijdrage de medewerker verschuldigd is bij een vastgesteld excessief gebruik. De "bijdrage privé-gebruik" wordt door werkgever gerestitueerd wanneer door middel van een sluitende kilometeradministratie kan worden aangetoond dat de lease-auto niet privé (minder dan 500 kilometer op jaarbasis) wordt gebruikt.
Bijbetaling op norm-leasebedrag
Indien de maandlease termijn van de gekozen auto (inclusief opties en accessoires) boven het norm-leasebedrag uitkomt, dient de berijder het verschil per maand bij te betalen via inhouding op het salaris.
Indien een te bestellen lease-auto een maandlease termijn kost dat onder het norm-leasebedrag blijft, wordt dit verschil maandelijks via het salaris aan de berijder bruto uitgekeerd.”

De discussie spitste zich toe op de vraag of deze bijbetaling op het norm-leasebedrag aftrekbaar was van de bijtelling. Het ging daarbij over het jaar 2003, zodat de bijtelling nog via de oude regeling belast was in de aangifte inkomstenbelasting van de werknemer. Inmiddels wordt dit vanaf 2006 belast via de loonbelasting.
Het Hof staat deze aftrek niet volledig toe en stelt op basis van jurisprudentie uit 1997 dat deze bijdrage slechts aftrekbaar is in de verhouding waarin het privé-gebruik staat ten opzichte van het totale kilometrage. In die jurisprudentie ging het overigens om een auto die überhaupt niet privé werd gebruikt. Ons inziens kan dit oordeel van het Hof niet los worden gezien van de in het reglement gekozen bewoordingen en afzonderlijke vermelding van deze boven-normbetaling.

Op de stelling van deze werknemer dat de belastingdienst in 2006 uitdrukkelijk heeft gepubliceerd dat een bijdrage voor privé-gebruik in welke vorm dan ook aftrekbaar is, gaat het Hof niet expliciet in.
De werkgever in deze zaak had inmiddels per 2006 het reglement zodanig aangepast dat alle vergoedingen onder de noemer “privé-gebruik” gebracht zijn. Ons inziens is daarmee de bijdrage vanaf 2006 in ieder geval volledig aftrekbaar, mede ook gezien de uitdrukkelijke mededeling van de belastingdienst hierover:
“In paragraaf 18.1.2 van het Handboek 2006 staat dat de eigen bijdrage van de werknemer voor het privégebruik van de auto aftrekbaar is van de waarde van het privé-gebruik. Voorwaarde daarvoor is dat u met uw werknemer vooraf heeft afgesproken dat zijn bijdrage een eigen bijdrage is voor privé-gebruik. Voorbeelden zijn bijdragen voor parkeerkosten, accessoires, een hoger leasebedrag voor een auto uit een duurdere klasse, de afkoopsom van het leasebedrag bij het einde van de dienstbetrekking en een vast bedrag per gereden privékilometer. Voor de eigen bijdrage van de werknemer bij schade geldt een aanvullende voorwaarde: de schade mag niet het gevolg zijn van onrechtmatig of onzorgvuldig handelen van de werknemer.” (Mededeling Loonheffingen mei 2006)

Ons advies is dan ook om de autoregelingen voor zover nodig aan te passen in die zin dat alle bijdragen van de werknemer expliciet worden omschreven als bijdragen voor privé-gebruik. Daarmee worden dan ook eigen bijdragen voor een duurdere auto dan de interne autoregeling van het bedrijf voorschrijft (de werknemer kiest om privé-redenen bijvoorbeeld voor een dubbele cabine) aftrekbaar van de bijtelling.