23 februari 2012 25 files 0 flitsers
AMD - Automotive Fiscalisten
U bevindt zich hier: Home » Nieuwsarchief 2011 » Advocaat-Generaal: BPM op leenauto is niet EU-proof
Bookmark and Share

Advocaat-Generaal: BPM op leenauto is niet EU-proof

Bij het Europese Hof van Justitie is een aantal Nederlandse BPM-zaken aanhangig over de BPM-heffing op geleende buitenlandse auto’s. De Advocaat-Generaal heeft in deze zaken zijn conclusie gepubliceerd.

Zo’n conclusie bevat een juridische uiteenzetting van de visie van de Advocaat-Generaal en fungeert als advies aan de rechters van het Europese Hof van Justitie. De uitspraak van het Hof zelf zal over enige tijd volgen.

De zaak betreft een bekend fenomeen: er rijdt een inwoner van Nederland in een buitenlands gekentekende auto. Veel van die situaties zijn gewoon toegestaan en betreffen meestal vrijstellingen voor medewerkers van buitenlandse bedrijven. Een andere belangrijke vrijstelling is de vrijstelling voor buitenlandse huur- en leenauto’s. Deze vrijstelling geldt voor maximaal 2 weken en moet voor aanvang van het Nederlandse weggebruik aangevraagd worden.

Deze vrijstelling is begin 2007 weliswaar verruimd tot 2 weken, maar de vraag is of heffing bij het begin van het Nederlandse weggebruik sowieso wel is toegestaan. De drie procedures betreffen inwoners van Nederland die om niet een auto van een buitenlands familielid hebben geleend en daarmee in Nederland een rit hebben gemaakt. Zij beriepen zich op het Europese Verdrag en vooral op het daarin opgenomen recht op vrij reizen en verblijven.

De Advocaat-Generaal is van mening dat een BPM-heffing bij aanvang van het binnenlandse weggebruik inderdaad per saldo neerkomt op een gebruiksverbod. De belasting , oplopend tot ongeveer de helft van de waarde van de auto, is immers een veelvoud van de economische waarde van het gebruik.
Ook vindt hij dat het argument van het tegengaan van belastingontwijking onvoldoende om zo’n hoge heffing te heffen. Vanzelfsprekend is het wel mogelijk om adequaat toezicht te houden op de bruikleen om niet van auto’s vanuit het buitenland. In de procedure kwam de huidige vrijstelling van maximaal twee weken niet aan de orde omdat deze op het moment dat de drie naheffingen werden opgelegd nog niet in die vorm bestond. Desondanks is het niet uitgesloten dat ook wanneer niet alle voorwaarden van die vrijstelling zijn nageleefd of die vrijstelling niet eens is aangevraagd, toch BPM-heffing achterwege dient te blijven op buitenlandse leenauto’s.